Bevalling

Bevallen van een tweeling

Ben je zwanger van een tweeling dan beval je in principe rond de 37 weken en het advies is om dat in het ziekenhuis te doen. Een tweelingzwangerschap en -bevalling brengt namelijk meer risico’s met zich mee dan bij één baby. Maar duurt bevallen van een tweeling eigenlijk ook twee keer zo lang? En wat is er anders ten opzichte van het bevallen van een eenling?

Bevallen van een tweeling in het ziekenhuis

Tijdens je tweelingzwangerschap wordt je begeleid door een gynaecoloog in het ziekenhuis. Je algemene gezondheid wordt bij elke afspraak goed in de gaten gehouden. De focus ligt op je bloeddruk, het ijzergehalte in je lichaam en zwangerschapsvergiftiging. Ook krijg je meer echo’s om de groei en ontwikkeling van de twee baby’s goed in de gaten te houden.

Gemiddeld gezien worden tweelingen rond de 37 weken geboren. De gynaecoloog begeleidt je niet alleen tijdens je zwangerschap, maar ook tijdens de bevalling, samen met een verloskundige vanuit het ziekenhuis. Als de baby’s tot week 38 lekker blijven zitten, wordt er geadviseerd om de bevalling in het ziekenhuis in te leiden. Het risico op complicaties neemt dan namelijk aanzienlijk toe.

Mogelijke complicaties tweelingbevalling

  • De ontsluitings- of uitdrijvingsweeën zijn soms niet sterk genoeg. Het kan dan nodig zijn om via een infuus oxytocine te krijgen. Op die manier worden de weeën krachtiger.
  • Na de geboorte van baby 1, daalt de tweede baby soms niet met het hoofd of stuit naar beneden. De baby blijft dan dwars liggen.
  • Het kan dus zijn dat er, na een vaginale bevalling van baby 1, voor de tweede baby alsnog een keizersnede nodig is. De gynaecoloog kan de geboorte van baby 2 ook helpen door middel van een vacuümpomp.
  • Door het samentrekken van de baarmoeder kan de placenta van (een van) de baby’s al loslaten, voordat ze geboren zijn.
  • De baby’s kunnen een te laag geboortegewicht hebben, omdat ze bijvoorbeeld te vroeg zijn geboren. Je kindjes blijven dan in het ziekenhuis en je kunt er voor kiezen om tijdens je kraamperiode in het ziekenhuis te blijven.
  • Je kan door de oprekking van je baarmoeder al voor de 37 weken weeën ervaren. Je wordt dan ter observatie opgenomen in het ziekenhuis en krijgt weeënremmers en medicatie om de longen en andere organen van de baby’s te laten rijpen.
  • Worden de kindjes alsnog voor 37 weken geboren, brengen ze een tijdje door in de couveuse.
  • De kans op nabloedingen is iets groter bij een tweeling.

Bevallen via de vagina

Vanaf ongeveer 32 weken liggen de meeste baby’s met hun hoofd naar beneden. Zo maken ze zich klaar voor de geboorte. Als de eerste (en dus onderste) baby met het hoofdje naar beneden ligt, kun je vaginaal bevallen. Het kan zijn dat de eerste baby in stuitligging ligt. Dat betekent dat de voeten of billen eerst komen en niet het hoofdje. In dat geval is er altijd overleg met de gynaecoloog over de opties.

Kies je voor een vaginale bevalling, dan worden je baby’s in het ziekenhuis goed in de gaten gehouden. De arts meet bijvoorbeeld constant de hartslag van de baby’s. De eerste baby krijgt meestal een draadje op het hoofd of billen. De hartslag van de tweede baby wordt via de buik gemeten. En dan is het wachten tot volledige ontsluiting en persweeën. Hier vertellen we je meer over pijnbestrijding tijdens de bevalling van een tweeling.

Als de eerste baby is geboren en alles gaat goed, dan mag de kleine lekker bij je blijven liggen. Baby twee heeft in de tussentijd ineens meer ruimte in de baarmoeder gekregen. De arts controleert daarom of de tweede baby met het hoofd of de billen naar beneden ligt.

De tweede baby ligt met hoofd of billen naar beneden

Als baby twee een goede hartslag heeft en met hoofd of billen naar beneden ligt, dan kan ook deze baby vaginaal geboren worden. Het is dan wachten tot de persweeën opnieuw komen. Soms duurt het even, maar het kan ook al na een paar minuten weer starten. Het kan helpen om tijdens een wee de vliezen te breken. Dit zorgt ervoor dat de bevalling sneller verloopt.

De tweede baby ligt dwars

Als baby twee dwars ligt, kan de arts proberen om de baby via de buik te draaien. Lukt dit, dan kan ook baby twee vaginaal geboren worden. Lukt dit niet? Dan kan de arts soms via de vagina een beentje pakken om de baby in de goede richting te draaien. De tweede baby wordt dan in stuitligging (beentjes eerst) geboren. Als ook dit niet helpt, beval je via een (spoed)keizersnede.

Bevallen via een keizersnede

Als je zwanger bent van een tweeling en je hebt al eerder een vaginale bevalling meegemaakt, dan mag en kan je je twee kindjes ook vaginaal ter wereld laten komen. Heb je eerder al een keizersnede gehad, dan heb je alsnog de keuze, maar is een keizersnede vaak toch de beste optie. In Nederland vindt ruim 15% van de bevallingen via een keizersnede plaats.

Verloop van een keizersnede

Bij een keizersnede maakt een gynaecoloog een snee in je buik en baarmoeder. Het is een operatieve bevalling die meestal ongeveer 45 minuten duurt. We nemen je mee in de stappen die je kunt verwachten:

  • Rond de 32 weken bespreek je samen met je gynaecoloog hoe je wilt bevallen; vaginaal of via een keizersnede. Overigens, je mag het zelf altijd eerder aangeven en bespreken. Als je bijvoorbeeld angsten of veel vragen hebt, wordt dat aangeraden.
  • Kies je voor een keizersnede, dan krijg je een afspraak met een anesthesioloog. Dit is een specialist die zorgt voor de verdoving tijdens de operatie. Jullie bespreken de soorten verdoving (ruggenprik of narcose) en wat de risico’s zijn. Een ruggenprik betekent dat alleen je onderrug verdoofd is. Je voelt geen pijn meer, maar het duwen en trekken voel je nog wel. Met een ruggenprik kan je de geboorte van de kindjes ook bewust meemaken, omdat je plaatselijk verdoofd bent.
  • Je spreekt vervolgens met het ziekenhuis een datum af en dan is het een waiting game… Maar het kan ook zomaar zo zijn dat de bevalling al eerder begint. Ook die variabele bespreek je met de gynaecoloog, zodat iedereen in het ziekenhuis weet wat de afspraken zijn en zo weet jij van tevoren wat je kunt verwachten.
  • En dan is het zo ver, de dag van de operatie en bevalling van je kindjes. Als je aankomt in de operatiekamer zijn er veel zorgverleners aanwezig. Denk aan de anesthesioloog, operatieassistenten, de gynaecoloog, verpleegkundige, mogelijk een kinderarts en stagiaires.
  • Je mag plaatsnemen op de operatietafel en krijgt een ruggenprik. Je maakt je rug bol, want zo kan de anesthesioloog de verdoving tussen je ruggenwervels spuiten. Je krijgt een warm gevoel in je billen en benen en dan mag je lekker gaan liggen.
  • Er komt een scherm voor je buik, zodat je dat gedeelte niet meer ziet en de gynaecoloog controleert met een pincet of je volledig pijnvrij bent. Als de verdoving genoeg werkt, begint de operatie.
  • De gynaecoloog snijdt je huid, vet, bindweefsel en buikvlies open. Je buikspieren worden NIET doorgesneden, maar opzij gelegd. Je blaas wordt aan de kant gelegd en dan wordt er een snee gemaakt onderaan je baarmoeder. Vaak moet er wat op de buik geduwd worden om de baby uit de baarmoeder te krijgen. Je mag zelf kiezen of je de geboorte wilt zien of niet. Dit kan door middel van een ‘kijkgat’ in het scherm.
  • Baby nummer 1 wordt geboren en de gynaecoloog of assistent knipt de navelstreng door. Gaat alles goed met je baby? Dan legt de verpleegkundige de kleine bloot op je borst. Als je borstvoeding wilt geven, kan dat al meteen. De gynaecoloog gaat vervolgens direct door met baby nummer 2.
  • Na de geboorte van de tweeling haalt de gynaecoloog de placenta uit de baarmoeder. De baarmoeder en huid worden gesloten met oplosbare hechtingen. Deze hoeven er dus niet later nog uitgehaald te worden.

Bij een keizersnede komen ernstige problemen of complicaties gelukkig weinig voor. Voor de baby’s is een keizersnede niet beter of slechter dan een vaginale bevalling. Voor de moeder brengt een keizersnede iets meer risico met zich mee. Over welke risico’s voor de baby en moeder hebben we het dan?

Risico’s van bevallen via een keizersnede

  • Bloedingen
    Bij een keizersnede verlies je meestal meer bloed dan bij een vaginale bevalling. Je krijgt daarom vaak een medicijn die ervoor zorgt dat de baarmoeder weer goed samentrekt en bloedingen stopt. Maar soms duurt het langer voordat het medicijn werkt, waardoor je bloedverlies groter is. Je kunt hierdoor bloedarmoede krijgen en soms is een bloedtransfusie nodig.
  • Nabloeding
    Soms komt het voor dat je na de bevalling bloedingen krijgt in je buik of vagina. Merk je dat je overmatig bloedverlies hebt, bespreek dat dan direct.
  • Trombose
    Bij trombose raakt een bloedvat verstopt door een stolsel. Het stolsel kan losschieten en in de longen terechtkomen. De eerste dagen na je bevalling krijg je prikken met bloedverdunners. Die zorgen ervoor dat de kans op een stolsel kleiner is. Het verhoogde risico ontstaat overigens door een tragere doorstroming van het bloed, bijvoorbeeld omdat je meer bedrust houdt als kraamvrouw.
  • Wondinfectie
    De snee die de gynaecoloog maakt kan na de keizersnede gaan ontsteken. Tijdens de operatie krijg je via een infuus medicijnen tegen ontstekingen door een bacterie (antibiotica). Na een aantal weken moet de wondinfectie over zijn.
  • Problemen bij een eventuele volgende bevalling
    Bij een volgende zwangerschap en bevalling is er een grotere kans dat het litteken van de keizersnede scheurt. Bij ongeveer 8 op de 1000 vrouwen is dit het geval. Er is ook een kans dat de placenta in het litteken groeit of voor de uitgang ligt. Een voorteken hiervan is vaak veel bloedverlies.
  • Bijwerkingen van de ruggenprik of narcose
    Het ondergaan van zo’n grote operatieve ingreep gaat gepaard met een ruggenprik of algehele narcose. Je kunt hier bijwerkingen van ervaren, zoals misselijkheid, hoofdpijn of pijn in je rug.
  • Psychische klachten
    Dit komt vaker voor als er een spoedkeizersnede/ongeplande keizersnede heeft plaatsgevonden. Voel je je niet goed (genoeg) of heb je depressieve gevoelens? Neem altijd contact op met je verloskundige of huisarts.

Voorbereiden en geboortewensen tweelingbevalling

Ook bij een tweelingzwangerschap is het belangrijk om vooraf na te denken over jouw wensen rondom de bevalling. Het kan echt helpen om je goed in te lezen. Volg bijvoorbeeld zwangere vrouwen op Instagram, lees artikelen of bekijk bevallingsvideo’s.

En misschien heb je wel een tweelingvader, -moeder, -collega in je omgeving waarmee je de zwangerschap en bevalling kunt bespreken. Heb je dit niet? Vraag dan bijvoorbeeld aan eenling ouders wat hun ervaring was met betrekking tot de bevalling. Zijn er dingen die hun hebben verrast? Welke andere keuzes zouden ze nu maken? Het zijn allemaal vragen die je kunt gebruiken om een beter beeld van een bevalling te krijgen.

Alle informatie die je hebt verzameld en waar jij je goed bij voelt, bespreek je met je gynaecoloog en verloskundige in het ziekenhuis. Schrijf je geboortewensen op in een geboorteplan. Denk hierbij aan pijnstilling, bevalhoudingen en wie er bij de bevalling aanwezig mag zijn. Het is ook fijn om eventuele angsten voor de bevalling al tijdens je zwangerschap te bespreken.

Geverifieerd door MonsterInsights